'Vergeten gebouwen in Utrecht 1850-1940'

Boek verschenen met bundeling van dertig DUIC-stukken

door

cover vergeten Gebouwen Op 18 juni mocht ik mijn boek 'Vergeten gebouwen in Utrecht 1850-1940' aanbieden aan burgemeester Jan van Zanen. De boekpresentatie vond ik klein verband plaats in het Anatomiegebouw, een van de behandelde panden. Het boek is een bundeling en bewerking van 30 gebouwen die ik eerder beschreef op DUIC (De Utrechtse Internet Courant). Utrecht staat vol met bijzondere gebouwen waar iedereen zomaar aan voorbij gaat. Het zijn niet de bekende monumenten van de stad, maar de panden waarvan bijna niemand het verhaal kent. Het boek kon worden uitgegeven dankzij de succesvolle crowdfunding op Voordekunst.

Na de onderstaande video van de boekpresentatie volgt de inleiding van het boek, waarin ik vertel over de totstandkoming. Daaronder staat de inhoudsopgave (de selectie van 30 gebouwen) en tot slot de verkoopadressen (nog niet online, volgt binnenkort).

Inleiding

In 2014 begon ik op DUIC (De Utrechtse Internet Courant) met een serie over ‘vergeten gebouwen’ in de stad. Het leek me een manier om mijn enthousiasme voor Utrechtse monumenten met meer mensen te delen dan via mijn eigen blog. Ik had toen nooit kunnen denken dat ik er zo’n groot publiek mee zou bereiken. De stukken bleken goed gelezen en vaak gedeeld te worden. Ze leveren veel reacties op en ook in ‘real life’ word ik er regelmatig op aangesproken. Het toont aan dat veel meer Utrechters geïnteresseerd zijn in geschiedenis, architectuur en monumenten dan blijkt uit de bescheiden interesse voor de meeste publicaties en activiteiten op dat gebied. Ook is mijn indruk dat de leeftijdsopbouw van de lezers heel gemêleerd is. Bij de crowdfunding voor dit boek bleek opnieuw de grote belangstelling: het streefbedrag werd in vijf dagen gehaald. De roep om de stukken in een boek te bundelen klonk overigens al enkele jaren.

De titel ‘Vergeten gebouwen’ is enigszins bedrieglijk. De meeste gebouwen zijn niet echt vergeten; veel mensen kennen er wel een aantal van. Maar het zijn in ieder geval niet de overbekende monumenten van Utrecht; bovendien is het verhaal erachter vaak vergeten. Het interieur is meestal niet toegankelijk en daardoor onbekend. De aanduiding ‘Vergeten gebouwen’ is overigens ontstaan toen ik als eerste schreef over het Anatomiegebouw aan de Biltsche Grift. Dat kon toen nog met recht een vergeten gebouw genoemd worden: het werd deels voor opslag gebruikt en het was tussen wal en schip geraakt bij de aanwijzing van monumenten. Na de verkoop en recente restauratie is het Anatomiegebouw zeker geen vergeten gebouw meer. Omdat de serie nu eenmaal onder die naam begonnen is, maar ook omdat de term ‘vergeten’ nieuwsgierigheid oproept, hebben we de titel gehandhaafd. Hoe dan ook ontrukt dit boek de behandelde panden definitief aan de vergetelheid!

De afgelopen zes jaar heb ik ruim zeventig gebouwen bezocht en beschreven. De serie vormde een ideaal excuus om overal binnen te komen, want met alleen de buitenkant neem ik geen genoegen. Bedrijven, instellingen, eigenaren en bewoners werkten hier ruimhartig aan mee; ik geloof dat mij maar een of twee keer de toegang werd geweigerd. Het is elke keer weer spannend om ergens binnen te komen waar vrijwel nooit buitenstaanders komen. Ik kies overigens voor panden met een zekere omvang en allure, omdat daar het meeste over te vertellen valt. Wat dat betreft geven de stukken een vertekend beeld van de stad, waarin meer alledaagse huizen ontbreken. Je ziet vooral hoe de elite woonde en werkte.

Utrechtsche Hypotheekbank, Drift 17

Het uitgangspunt van de serie is de balans tussen tekst en beeld. De meeste foto’s maak ik zelf tijdens mijn bezoeken. Hoewel ik geen professionele fotograaf ben, is het voordeel dat ik precies de details kan kiezen die ik belangrijk vind. Daarnaast laat ik ermee zien dat ik er daadwerkelijk ben geweest. Naast actuele foto’s put ik ook uit fotoarchieven, zoals van Het Utrechts Archief. Voor de informatie over de historie en architect(uur) gebruik ik allerlei bronnen, variërend van boeken tot online databanken. Achterin dit boek is een overzicht opgenomen.

Ik heb voor dit boek een selectie gemaakt van dertig stukken en daarbij gekozen voor een tijdsperiode: gebouwen van 1850 tot 1940 (in vakkringen bekend als Jongere Bouwkunst). Deels omdat mijn interesse vooral in de 19e en 20e eeuw ligt, maar ook omdat ik in 2019 samen met Bettina van Santen en Ronald Willemsen het boek Utrecht bouwt 1945-1975 schreef. Zo sluiten beide boeken mooi op elkaar aan.

Mijn selectie is persoonlijk en geeft dus geen compleet beeld van de stad of een periode. Desondanks biedt dit boek denk ik een aardig tijdsbeeld. Door de chronologische volgorde wordt de ontwikkeling van bouwstijlen zichtbaar: classicisme, neostijlen, Jugendstil, de stijl van Berlage, Amsterdamse School, Art Deco en Nieuwe Zakelijkheid (en reacties daarop). Ook wordt duidelijk welke Utrechtse architecten de hoofdrol speelden. Namen die meermaals voorkomen zijn Nicolaas Camperdijk, Petrus Houtzagers en Gerrit Rietveld. De invloed van architecten van buiten de stad was ook groot, zoals van Pierre Cuypers (en familie), Berlage en Dudok. De index achterin het boek helpt om dwarsverbanden tussen de gebouwen te ontdekken.

Raam V&D Stadhuisbrug, 1924

De stukken van DUIC heb ik voor dit boek bewerkt, aangevuld en geactualiseerd. Soms vond ik nieuwe informatie, of wees iemand mij daarop naar aanleiding van de publicatie. Soms is het gebouw ondertussen gerenoveerd of van gebruiker veranderd. Een mooi voorbeeld is de oude V&D aan de Stadhuisbrug. Enkele maanden na de DUIC-publicatie nam de Alkmaarse Glazenier contact met mij op. Hij had na het faillissement van V&D een glas-in-loodraam bemachtigd waarop het oude warenhuis aan de Stadhuisburg is afgebeeld. Het raam was in 1973 meegegaan naar Hoog Catharijne en in 2015 bij het leegruimen van de personeelsvertrekken tevoorschijn gekomen. Samen met de glazenier ben ik met een meetlint door wat toen nog de bibliotheek was gegaan om te bepalen waar het raam had gezeten. De kozijnen bleken dusdanig veranderd dat de exacte plek niet meer vindbaar was, maar de gemeente heeft het glas-in-lood inmiddels aangekocht om in de toekomst een plek te geven in het pand. Het raam wordt in dit boek voor het eerst afgebeeld.

In enkele gevallen hebben de stukken geleid tot politieke aandacht: schriftelijke vragen van gemeenteraadsleden aan burgemeester en wethouders. Dat geldt voor het Anatomiegebouw — mede naar aanleiding daarvan inmiddels een gemeentelijk monument — maar ook voor het Fentener van Vlissingenhuis aan de Maliebaan. De gemeente bleek bezig met de verkoop van dit pand, terwijl de eigenaar het destijds aan de gemeente had geschonken onder de voorwaarde dat het ‘immer’ een culturele bestemming zou houden. Helaas is het niet gelukt de opdeling in appartementen tegen te houden, al bleven historische elementen bewaard. Een museum met de kunstcollectie van Fentener van Vlissingen zou mooier zijn geweest.

Ik wil iedereen bedanken die de serie en dit boek mogelijk hebben gemaakt: de gebouweigenaren en -gebruikers, mensen die informatie of beeldmateriaal beschikbaar stelden, de medewerkers van DUIC en DDK en natuurlijk de trouwe lezers die via crowdfunding hebben bijgedragen aan de productiekosten.

Arjan den Boer, mei 2020

Hoofdstuk Incassobank, Nobelstraat

Inhoud 'Vergeten gebouwen in Utrecht 1850-1940'

Gebouwen van na 1945 zijn opgenomen in het boek Utrecht bouwt 1945-1975 (2019).

Signeren van 1200 boeken

Verkoopadressen

Vergeten gebouwen in Utrecht 1850-1940 ISBN 9789090331942
Uitgave: Stichting Journallab, Utrecht i.s.m. DUIC (De Utrechtse Internet Courant)

Het 196 pagina's tellende boek inclusief overzichtskaart van alle gebouwen is te koop voor € 34,95 bij de volgende adressen:

of stuur een e-mail

Reacties