Amsterdam in de Gouden Eeuw
reset
Deze interactive kaart hoort bij de tentoonstelling Toerist in de Gouden Eeuw. Amsterdam voor vijf duiten per dag (8 juni t/m 4 september 2011) van Bijzondere Collecties, Universiteit vam Amsterdam. Gemaakt door ab-c media, Utrecht.

Het Sint Pietersgasthuis ontstond rond 1600 door samenvoeging van twee opgeheven nonnenkloosters. Het uitgestrekte terrein tussen Nieuwe Doelenstraat, Oude Turfmarkt en Grimburgwal ontwikkelde zich op den duur tot het Binnengasthuis. Sinds het opdoeken van het ziekenhuis in 1981 heeft de Universiteit van Amsterdam de meeste gebouwen in gebruik.

Het Athenaeum Illustre, voorloper van de Universiteit van Amsterdam, werd in 1632 gehuisvest in de Agnietenkapel aan de Oudezijds Voorburgwal 231. De grote collegezaal met portretten van geleerden wordt nu gebruikt voor academische plechtigheden.

Nadat Amsterdam in 1578 protestants was geworden, werden twee kloosters aan de Nes in gebruik genomen als vleeshallen. Nu bevindt zich op Nes 43 De Brakke Grond, het onderkomen van het Vlaams Cultureel Centrum.

De Stadsbank van Lening heeft zijn ingang aan Nes 57 en loopt door tot de Oudezijds Voorburgwal. Deze instelling werd opgericht in 1614 en heeft tot op de dag van vandaag dezelfde functie. Bij de ‘Lommerd’ kunnen goederen zoals sieraden, camera’s en zelfs fietsen worden beleend. In ruil voor het onderpand verstrekt de Stadsbank geld aan de pandgever.

In het Spinhuis aan de Oudezijds Achterburgwal moesten veroordeelde vrouwen spinnen en naaien. Tegenwoordig is hier op nr. 185 de leerstoelgroep Sociologie en Culturele Antropologie van de Universiteit van Amsterdam gehuisvest.

Op de binnenplaats van het Oost-Indisch Huis aan de Oude Hoogstraat 24 waren alle benodigdheden te koop voor een lange zeereis. Eertijds was het de zetel van de Verenigde Oost-Indische Compagnie, nu van meerdere faculteiten van de Universiteit van Amsterdam.

Voor twee stuivers waren de bewoners van het Dolhuis aan de Kloveniersburgwal te bekijken. Gekken met voldoende geld voor een privé-kamer waren gevrijwaard van bezichtiging. Tegenwoordig wordt de plaats van het voormalige Dolhuis op nr. 47 ingenomen door een bedrijvencentrum.

De Zuiderkerk aan het Zuiderkerkhof werd voltooid in 1611 en werd tot 1929 gebruikt voor de protestantse eredienst. Aan de St. Antoniesbreestraat 78 staat een zeventiende-eeuws poortje dat toegang biedt tot het Zuiderkerkhof. Na een grootscheepse restauratie was in de kerk tot voor kort een gemeentelijk informatiecentrum gevestigd. Het Nationaal Historisch Museum heeft het gebouw nu tijdelijk in gebruik als expositieruimte.

Blauw Jan hield bij zijn herberg aan de Kloveniersburgwal een verzameling exotische dieren om klanten te trekken. Dat was een slimme strategie, want zijn dierentuin gold in de 17de eeuw als een bezienswaardigheid. Op nr. 87, de plaats van de voormalige menagerie, bevindt zich nu het Doelenzaal Theater.

De gebroeders Trip, gefortuneerde wapenhandelaren, lieten rond 1660 dit monumentale pand bouwen aan de Kloveniersburgwal. Aan de decoraties op de voorgevel valt hun beroep af te lezen. Het Trippenhuis op nr. 29 is sinds 1887 de zetel van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen.

De Nieuwmarkt met de Waag, vanouds een middeleeuwse stadspoort. Het terrein rond de Waag werd in de 17de eeuw in gebruik genomen door handelaren en ontwikkelde zich tot een marktplein. Nog steeds worden hier markten gehouden.

In de Waalse of Franse Kerk aan de Oudezijds Achterburgwal 129 kerkten protestantse vluchtelingen uit Wallonië en Frankrijk. Voor de kerk bevindt zich het zogenaamde Walenpleintje. De diensten werden vroeger in het Frans gehouden. De kerk wordt nog steeds gebruikt voor de eredienst, maar vanwege zijn goede akoestiek ook voor concerten en geluidsopnames.

De Oude Kerk aan het Oudekerksplein begon in de 13de eeuw als een houten kapelletje en groeide in loop van de Middeleeuwen uit tot een imposant godshuis. Het gebouw werd tussen 1951 en 1975 geheel gerestaureerd, maar tussen 1994 en 1998 werd een aanvullende restauratie uitgevoerd.

De Korenbeurs stond aan de waterkant van het Damrak, zodat de graanschepen vlakbij konden aanleggen. Op de hoogte van de in 1884 afgebroken beurs bevindt zich nu een aanlegplaats voor rondvaartboten.

De Nieuwe Brug vormde in de 17de eeuw de verbinding tussen het oostelijke deel van het havenfront en het Damrak. Tegenwoordig is het een verkeersknooppunt dat samen met het Centraal Station de entree vormt van de binnenstad.

De lutherse gemeente in Amsterdam kreeg in 1667 toestemming voor het bouwen van de ronde Lutherse Kerk aan het Singel. Het werd een koepelkerk, omdat alleen de gereformeerden een kerktoren mochten bouwen. Het karakteristieke gebouw op nr. 11 is nu in gebruik als congres- en concertzaal.

Het hart van Amsterdam: de Dam met het Stadhuis, de Nieuwe Kerk en de in 1808 afgebroken Waag.

Het Paleis op de Dam werd tussen 1648 en 1665 gebouwd als Stadhuis van Amsterdam en stond bekend als het achtste wereldwonder. In de zalen waar vroeger de Amsterdamse regenten heer en meester waren, ontvangt thans de koningin haar buitenlandse gasten.

De Nieuwe Kerk aan de Dam wordt niet meer gebruikt voor kerkdiensten, maar voor tentoonstellingen. Zeehelden, dichters en andere beroemdheden vonden hier een laatste rustplaats. Sinds 1815 heeft de kerk een ceremoniële functie voor het koningshuis, dat hier wordt ingehuldigd en in het huwelijk treedt.

De Beurs van Amsterdam aan de Dam was het wereldhandelscentrum van de Gouden Eeuw. De plaats van de Beurs wordt nu ingenomen door warenhuis De Bijenkorf.

In de Engelse kerk op het Begijnhof worden tot op de dag van vandaag diensten in het Engels gehouden. Deze kerk is een van de oudste gebouwen in Amsterdam.

Het oude Aalmoezeniershuis aan het Singel 451-457 werd in 1666 een Latijnse school en is nu in gebruik bij de Universiteit van Amsterdam. Kort voor 1900 werd tijdens een ingrijpende verbouwing een nieuwe gevel aangebracht, waarin het poortje van het voormalige Aalmoezeniershuis is opgenomen.

In de Handboogdoelen aan het Singel kwamen in de 17de eeuw de schutters bijeen. Zij bekwaamden zich in het schieten op de schietbaan achter het pand. In 1881 werd de bibliotheek van de Universiteit van Amsterdam ondergebracht in het gebouw op nr. 425.

Uitgeverij Athenaeum-Polak & Van Gennep is gevestigd aan het Singel 262. Dit grachtenhuis speelt een belangrijke rol in de geschiedenis van de Nederlandse uitgeverij.

De oorspronkelijke Munttoren aan het Muntplein maakte deel uit van de middeleeuwse Regulierspoort. Na een brand in 1618 werd het poortgebouw niet hersteld, maar wel werd een nieuwe toren gebouwd. De Munttoren dankt zijn naam aan het muntgeld dat er werd geslagen.

Het gezicht op de Binnen-Amstel vanaf de Blauwbrug is nog even mooi als in de 17de eeuw, al is de bebouwing in de loop van de tijd veranderd.

De Portugese Synagoge staat aan het Mr. Visserplein, in het hart van de voormalige joodse buurt. De ‘snoge’ was de kerk van de Portugese joden, van wie de meesten trouwens een Spaanse achtergrond hadden. Het gebouw werd ingewijd in 1675. De nabijgelegen Hoogduitse Synagoge dateert van 1671 en is van dezelfde bouwmeester.

De Hortus Botanicus, gesticht in 1638, bevindt zich aan het begin van de Plantage Middenlaan. Aanvankelijk werden in de tuin alleen medicinale kruiden verbouwd, later ook uitheemse planten en bomen. De Hortus is opengesteld voor het publiek.

In de statige woonhuizen aan de Herengracht woonden in de 17de eeuw de rijkste inwoners van de stad. Nu dienen deze panden als dure kantoren of appartementen voor de nieuwe rijken die de grachtengordel bevolken. Ook de burgemeester van Amsterdam heeft hier zijn ambtswoning.

De Noorderkerk aan de Noordermarkt werd rond 1620 gebouwd als een protestantse kerk en is nog steeds als zodanig in gebruik. Omdat de gemeente Amsterdam diep in de buidel heeft getast voor de restauratie, wordt de kerk ook voor culturele activiteiten gebruikt.

Toen de oude Stadsschouwburg aan de Keizersgracht in 1772 afbrandde door onhandigheid van een toneelknecht, bleef alleen het toegangspoortje gespaard. Tegenwoordig is hier op nummer 384 het vijfsterrenhotel Dylan gevestigd.

Het Deutzenhofje aan de Prinsengracht 855 dateert van 1692 en is grotendeels intact gebleven. Van oudsher wonen hier oudere en ongehuwde dames. Achter het poortgebouw gaat een kleurrijke bloementuin schuil.

De houten Amstelkerk op het Amstelveld werd in 1670 gebouwd als tijdelijke ‘predikschuur’, in afwachting van een solide kerk van baksteen. Die is er nooit gekomen en het noodgebouw is nog steeds in gebruik als kerk. Daarnaast doet het dienst als kantoor van Stadsherstel en als café.

De Amstelsluis werd van 1672-1674 gebouwd om de waterhuishouding van de stad te verbeteren. Wanneer het waterpeil in de grachtengordel te hoog werd voor uitwatering, gingen de sluizen dicht om het water van de Amstel te keren. Ondanks aanpassingen behield het sluizencomplex zijn oorspronkelijke aanzien.

De Muiderpoort aan het einde van de Plantage Middenlaan is de enige stadspoort die intact is gebleven. De omgeving van het poortgebouw is in de loop van de tijd flink veranderd. De Plantage was in de 17de eeuw een onbebouwde ruimte met veel groen.

In ’s Lands Zeemagazijn op Kattenburg, voltooid in 1656, werd de uitrusting van de oorlogsschepen van de Amsterdamse Admiraliteit opgeslagen. Het gebouw is nu het onderkomen van het Nederlands Scheepvaartmuseum.

Het aanzien van Amsterdam vanaf het IJ veranderde aan het einde van de 19de eeuw ingrijpend door de bouw van het Centraal Station. In dezelfde tijd verplaatste de haven zich naar de aangeplempte eilanden in het Oostelijk Havengebied.